Outline of Bridging the Divide


Start Feedback Content Search this site

 

  Continue to        
Up


‘ Rechtspraak die verschillen overbrugt’ 

De relevantie van het onderscheid tussen
het ‘common law system’ en het en ‘civil law system’
voor de rechtspraak in eerste instantie van de Caribbean Court of Justice.

De  Caribbean Court of Justice ( verder te noemen ‘het Hof’) is belast met twee vormen van rechtspraak. In een vorm fungeert het Hof als beroepsinstantie en in de ander als instantie in eerste aanleg. Deze toespraak gaat over het functioneren van het Hof  rechtsprekend  in eerste instantie. Als zodanig neemt het Hof kennis van geschillen tussen de Caraibische Gemeenschap  en haar lidstaten en van geschillen tussen lidstaten onderling waarover niet eerder door een andere rechtsprekende instantie is beslist.
Bij het rechtspreken in eerste instantie zal  het Hof internationaal recht toepassen.  Deze voordracht houdt zich bezig met  de vraag in hoeverre  verschillen in  de rechtssystemen van de Caricom  lidstaten van belang zijn voor de wijze waarop het Caraibisch Hof recht zal speken. Met  name wordt ingegaan op het verschil tussen het ‘civil law system’ dat van toepassing is in  Suriname en Haïti, en het ‘common law system’ dat in de overige lidstaten van de Caricom van kracht is.
 

Het verschil in kenmerken van beide systemen heeft te maken  met de verschillende  historische ontwikkelingen van deze systemen. In het ‘civil law systeem’ stond de scheiding van machten centraal terwijl  in het ‘common law system‘ gelijkheid bij de concrete toepassing van recht het leidend principe was.

Globalisatie leidt tot toenadering tussen  beide systemen en uniformering van het recht. Er zijn echter vooral methodologische verschillen tussen de twee systemen die  gevolgen kunnen hebben voor de besluitvorming door het  Hof. In het kader van de rechtspraak van het  Hof zijn van belang het non-liquet beginsel, dat inhoudt dat de rechter in een geschil niet mag weigeren uitspraak te doen op  grond  van onduidelijkheid of stilzwijgen van  het recht en  de stare decisis doctrine die tot gevolg heeft dat beslissingen van het Hof bindende precedenten zijn.  Op grond hiervan kan het Hof in de toekomst niet afwijken.van genomen  rechtsbeslissingen  

Ook al zijn  deze beginselen niet aan de orde in de rechtspraak van het Hof , dan nog zijn er gebieden waarin  verschien tussen het ‘common law system’ en het ‘civil law system’  kunnen doorwerken in de rechtspraak van het Hof. Een van die gebieden betreft de uitleg van verdragen. Geschiedenis en tekst van de Conventie van Wenen van 1969 ondersteunen het standpunt dat het Hof bij de uitleg van het Verdrag van Chaguaramas eerder de vrije uitleg methode die het ‘civil law system’ kent, zal moeten hanteren en niet  de beperkende uitleg van het ‘common law system’ .
Het tweede gebied betreft  het gebruik van concepten afkomstig uit het ‘common law ’ en het ‘civil law system’  in het internationaal recht   dat  van toepassing   is op het verdrag van Chaguaramas. Ten aanzien hiervan is het standpunt dat het Hof, indien zij bij de rechtsvinding gebruik maakt van dergelijke concepten, zeker moet stellen dat de concepten worden aangepast aan de internationale context en dat rechtsvergelijkende analyses worden gemaakt om zelfs de schijn te vermijden van voorkeur voor een systeem boven het andere.

Het wezenlijke  belang van de verschillen tussen de twee systemen treedt naar voren in gevallen waarin het Hof behalve aan rechtspraak ook aan  rechtsvorming doet. Het systeem van internationaal recht wordt -als gevolg van het verbod van het Hof om recht te weigeren wegens onduidelijkheid of stilzwijgen van het internationaal recht - , als een volledig systeem beschouwd en wel  in die zin dat in  gevallen, waarin  verdragen en gewoonte geen antwoord geven, algemene rechtsbeginselen  moeten worden toegepast om deze ‘gaten’ in het recht op te vullen. Toepassing van algemene beginselen is geen mechanisch proces en van het Hof zal worden verwacht dat zij omstandig in haar vonnissen haar motiveringen bloot legt en er daarmede laat zien  dat is onderzocht of de rechtsbeginselen die zij in een concreet geval toepast algemene in de zin van gemeenschappelijke rechtsbeginslen zijn van  het ‘common law system’ en het ‘civil law system’.

De betekenis van beslissingen van het Hof wordt versterkt door de doctrine van gebondenheid aan precedenten. Er zijn een aantal dringende redenen voor een beperkend beleid van het Hof bij de toepassing van deze typische ‘common law doctrine’. Het Hof zal moeten voorkomen dat zijn beslissingen vanwege hun precedentwerking de ontwikkelingen van het recht ‘remmen’ in plaats van ‘sturen’ zodat het Verdrag van Chaguaramas zich kan ontwikkelen in lijn met veranderende  feiten en opvattingen in de context van dit verdrag.

Deze commentaren over de toepassing van algemene rechtsbeginselen en de doctrine van  de bindende  werking van precedenten, gecombineerd met de zelfbeperking die rechters bij rechtsvorming , zowel in het ‘common law system’,  het ‘civil law system’ als het internationaal recht ,  in acht plegen te nemen, , zijn redenen voor het Hof om bij het maken van nieuw recht zich mede te laten leiden door onderliggende overwegingen van soevereiniteit. Het ligt  immers voor de hand dat het uitblijven van nieuwe wetgevende maatregelen niet  per se een kwestie hoeft te zijn  van nalatigheid van  lidstaten maar veelal een  uitvloeisel kan zijn  van door soevereiniteit gelegitimeerde beleidsvrijheid.

De conclusie van het voorgaande is dat het Hof, indien zij werkt binnen een raamwerk waarin deze opmerkingen zijn betrokken, de verschillen tussen beide systemen bij de uitleg en toepassing van het Verdrag van Chaguaramas, zal kunnen overbruggen. 

HRL Torarica

31-10-03

 

 


mailto:info@fhrinstitute.org
© 2004 F.H.R. Lim A Po Institute for Social Studies