|
‘ Rechtspraak die verschillen overbrugt’ De Caribbean Court of Justice ( verder te noemen ‘het Hof’) is belast met twee vormen van rechtspraak. In een vorm fungeert het Hof als beroepsinstantie en in de ander als instantie in eerste aanleg. Deze toespraak gaat over het functioneren van het Hof rechtsprekend in eerste instantie. Als zodanig neemt het Hof kennis van geschillen tussen de Caraibische Gemeenschap en haar lidstaten en van geschillen tussen lidstaten onderling waarover niet eerder door een andere rechtsprekende instantie is beslist. Het verschil in kenmerken van beide systemen heeft te maken met de verschillende historische ontwikkelingen van deze systemen. In het ‘civil law systeem’ stond de scheiding van machten centraal terwijl in het ‘common law system‘ gelijkheid bij de concrete toepassing van recht het leidend principe was. Globalisatie leidt tot toenadering tussen beide systemen en uniformering van het recht. Er zijn echter vooral methodologische verschillen tussen de twee systemen die gevolgen kunnen hebben voor de besluitvorming door het Hof. In het kader van de rechtspraak van het Hof zijn van belang het non-liquet beginsel, dat inhoudt dat de rechter in een geschil niet mag weigeren uitspraak te doen op grond van onduidelijkheid of stilzwijgen van het recht en de stare decisis doctrine die tot gevolg heeft dat beslissingen van het Hof bindende precedenten zijn. Op grond hiervan kan het Hof in de toekomst niet afwijken.van genomen rechtsbeslissingen Ook al zijn deze beginselen niet aan de orde in de rechtspraak van het Hof , dan nog zijn er gebieden waarin verschien tussen het ‘common law system’ en het ‘civil law system’ kunnen doorwerken in de rechtspraak van het Hof. Een van die gebieden betreft de uitleg van verdragen. Geschiedenis en tekst van de Conventie van Wenen van 1969 ondersteunen het standpunt dat het Hof bij de uitleg van het Verdrag van Chaguaramas eerder de vrije uitleg methode die het ‘civil law system’ kent, zal moeten hanteren en niet de beperkende uitleg van het ‘common law system’ . Het wezenlijke belang van de verschillen tussen de twee systemen treedt naar voren in gevallen waarin het Hof behalve aan rechtspraak ook aan rechtsvorming doet. Het systeem van internationaal recht wordt -als gevolg van het verbod van het Hof om recht te weigeren wegens onduidelijkheid of stilzwijgen van het internationaal recht - , als een volledig systeem beschouwd en wel in die zin dat in gevallen, waarin verdragen en gewoonte geen antwoord geven, algemene rechtsbeginselen moeten worden toegepast om deze ‘gaten’ in het recht op te vullen. Toepassing van algemene beginselen is geen mechanisch proces en van het Hof zal worden verwacht dat zij omstandig in haar vonnissen haar motiveringen bloot legt en er daarmede laat zien dat is onderzocht of de rechtsbeginselen die zij in een concreet geval toepast algemene in de zin van gemeenschappelijke rechtsbeginslen zijn van het ‘common law system’ en het ‘civil law system’. De betekenis van beslissingen van het Hof wordt versterkt door de doctrine van gebondenheid aan precedenten. Er zijn een aantal dringende redenen voor een beperkend beleid van het Hof bij de toepassing van deze typische ‘common law doctrine’. Het Hof zal moeten voorkomen dat zijn beslissingen vanwege hun precedentwerking de ontwikkelingen van het recht ‘remmen’ in plaats van ‘sturen’ zodat het Verdrag van Chaguaramas zich kan ontwikkelen in lijn met veranderende feiten en opvattingen in de context van dit verdrag. Deze commentaren over de toepassing van algemene rechtsbeginselen en de doctrine van de bindende werking van precedenten, gecombineerd met de zelfbeperking die rechters bij rechtsvorming , zowel in het ‘common law system’, het ‘civil law system’ als het internationaal recht , in acht plegen te nemen, , zijn redenen voor het Hof om bij het maken van nieuw recht zich mede te laten leiden door onderliggende overwegingen van soevereiniteit. Het ligt immers voor de hand dat het uitblijven van nieuwe wetgevende maatregelen niet per se een kwestie hoeft te zijn van nalatigheid van lidstaten maar veelal een uitvloeisel kan zijn van door soevereiniteit gelegitimeerde beleidsvrijheid. De conclusie van het voorgaande is dat het Hof, indien zij werkt binnen een raamwerk waarin deze opmerkingen zijn betrokken, de verschillen tussen beide systemen bij de uitleg en toepassing van het Verdrag van Chaguaramas, zal kunnen overbruggen. HRL Torarica 31-10-03 |
|
|