Artikel DWT over de graduation


Start Feedback Content Search this site

 

  Continue to        
Up


Eerste lichting MBA-ontwikkelingscorps van Suriname

01/10/2005  door Nico Waagmeester

 
Paramaribo - Op vrijdag 30 september 2005 ontvingen 32 mannen en vrouwen hun post-graduate MBA-diploma aan het FHR Lim A Po Institute of Social Studies (voortaan: FHR-instituut) aan de Lim A Postraat in Paramaribo. Er is weinig publiciteit aan vooraf gegaan.

Het lijkt met de opleiding zelf als met de studenten ervan; dezen kregen niet zelden de opmerking van 'ben je nog in het land?' Zoals de studenten aan de MBA-opleiding zich tijdens de duur van hun opleiding zelden nog vertoonden in hun vertrouwde sociale milieus, zo blijkt de gemeenschap ook weinig bekend met de MBA-opleiding zelf en met het belang ervan voor de ontwikkeling van ons land.

Het MBA-initiatief van het FHR-instituut kan wel eens een keerpunt blijken te zijn in die ontwikkeling. Er zijn de laatste vijftig jaar verschillende visies geweest over onze nationale ontwikkeling. Ze waren meestal gekoppeld aan programma's van ontwikkelingssamenwerking, en daarmee aan financiën die in de vorm van ontwikkelingshulp aan Suriname werden geschonken. Maar van 'ontwikkeling' kan na afloop nauwelijks worden gesproken. Meer dan twee miljard euro werd in onze samenleving geïnvesteerd, maar of daar een positief rendement van te vermelden valt, wordt sterk betwist.

 

Ontwikkelingsvisie

Het FHR-instituut kwam in 2003 met een totaal andere ontwikkelingsvisie. Het gaat niet om geld, niet om ontwikkelingssamenwerking, maar om iets heel anders, namelijk om de drieslag van visie, kennis en vaardigheden. In visie zit dan altijd de ontwikkelingsrichting besloten, en daarmee de waarden en normen waarop ontwikkeling moet zijn gebaseerd. Mr Hans Lim A Po, directeur van het FHR instituut, spreekt in dit verband van de sleutel van ontwikkeling. Als je leidinggevenden kennis geeft, hen daarmee vaardigheden laat ontwikkelen en hen bewust maakt van de normen en standaarden die waarachtige ontwikkeling in dienst van de totale bevolking inhoudt, dan lever je een daadwerkelijke bijdrage aan de ontwikkeling van het land.

Gemikt wordt dan op mannen en vrouwen die van de hogere opleidingen van het land of van elders af zijn gekomen en die leidinggevende verantwoordelijkheid dragen in hun werksfeer. Biedt hun een strakke opleiding aan met de kennis, vaardigheden en normen van complexe beleidsprocessen in het land – van de publieke en private sector – en je vormt de leiders die de grote uitdagingen aan durven en kunnen om een maatschappelijke achterstand om te zetten in groei en ontwikkeling, of om daar vanuit hun respectieve posities een belangrijke bijdrage aan te kunnen leveren. De MBA, of de Master of Business Administration, is zo'n opleiding, vooral naar de gekozen vorm ervan: Ondernemingsstrategie en Economisch Beleid.

Het is opvallend dat deze visie de laatste tijd mondiaal steeds meer ruchtbaarheid geniet. Kernwoorden zijn innovatie, productiviteitsbevordering, institutionele versterking en creativiteit, die alle gevoed worden door kennis, vaardigheden en normen.

Instituut

Het FHR-instituut wil juist dit geven, procesmatig, namelijk meer kennis, verbreed, verfijnd en verdiept; meer vorming van vaardigheden, een steeds betere beheersing van complexe activiteiten en processen; alsook meer bewustzijn omtrent keuzen die gemaakt moeten worden met betrekking tot zichzelf en tot zijn/haar omgeving.

Het is precies het kenmerk dat de MBA-afgestudeerden zo gewaardeerd hebben van hun opleiding, en dan vooral van het instituut dat de opleiding verzorgde. Duncan Brunings, een van de geslaagden, stelt dat het FHR-instituut gezien kan worden als een 'support structure', een ondersteuningsstructuur: het was altijd open, er waren veel boeken, en toegang tot nog meer boeken, onder andere middels het samenwerkingsverband van de Management School of Maastricht (MsM), de drang om te lezen, de opdrachten om meningen te vormen en te verdedigen. "Het heeft mij 'the joy of learning' gegeven." Het FHR-instituut kan geen beter compliment krijgen met betrekking tot zijn eigen primaire doelstelling.

Het FHR-instituut is in 2003 gestart met zijn eerste MBA-opleiding. Het wordt in samenwerking gedaan met het MsM, die dit soort opleidingen over de gehele wereld verzorgt met instituten in 26 landen, met 2000 leerlingen per jaar uit 50 landen. Het diploma van de opleiding geldt als een internationaal paspoort, je kan er overal mee aan het werk, de opleiding is mondiaal geaccrediteerd. Wat voor de studenten in Suriname betekent dat zij docenten uit de hele wereld krijgen, dat hun examens volgens internationale standaarden worden afgenomen, en dat de werkstukken of 'theses', die zij bij de afronding van hun studie moeten verdedigen - in het Engels- beoordeeld worden door een vertegenwoordiger van het FHR-instituut, een vertegenwoordiger van de MsM en één van een onafhankelijk onderwijsinstituut van dat niveau; deze keer: het Institute of Social Studies' in Den Haag, Nederland. Niet alleen de kwaliteit van de leerlingen is in het geding, maar tegelijkertijd ook de kwaliteit van de opleiding zelf.

Harde leerschool

Het was een goede ervaring, stelt Ellen der Kinderen. Een veeleisende zware opleiding. De studenten namen geen vrij voor de opleiding, maar bleven op hun werk en combineerden op die manier de verantwoordelijkheid voor hun functie binnen hun bedrijf of overheidsafdeling, elke dag 4 uur studie, naast vaak ook de verantwoordelijkheid voor het eigen gezin. Het betekende, zo stelt Der Kinderen dat voor de duur van de opleiding privé leven in feite moest worden opgeofferd. Het liet echter ook zien wat randvoorwaarden zijn voor succes hierbij en voor andere veeleisende taken, namelijk een goed ondersteunend werkmilieu, een ondersteunend gezin en een goed team van medestudenten.

Steeds blijkt toch dat de zware kanten sterk opwegen tegen de voordelen die men ervan voor zichzelf vastlegt. "Een rigoureuze discipline," benadrukt Brunings, "van altijd precies op tijd beginnen, en elke maand een examen, waarbij dan toch vooral de positieve kant uitsteekt, van de hechte onderlinge samenwerking en de vriendschappen die daaruit groeiden. Het elke maand met een andere groep werken aan de opdrachten, waarmee een verhelderend inzicht werd verkregen van de diverse achtergronden van elk van de groepsleden. Zo leerde je de diversiteit van de samenleving goed kennen en de onderlinge verhoudingen van zaken. En dat is een winst die zoveel meer is dan de inspanning zelf.

Bloed, zweet en tranen, dat zeker, maar ook het plezier en het gevoel van voldoening om verschillende management-stijlen te herkennen en om te ervaren dat het spreken en schrijven in een andere taal je steeds gemakkelijker afgaat."

 Ontwikkelingskorps

De lopende kosten van de opleiding worden door de leerlingen zelf vergoed. Geen opleiding waarvan de richting sterk door donoren wordt bepaald. Het instituut zelf is een geschenk van de familie Lim A Po, maar de 'running costs' zijn van de deelnemende studenten. De kosten van de opleiding zijn aanzienlijk minder dan hoe deze bijvoorbeeld in Nederland gegeven wordt, ongeveer een derde ervan. Het instituut is namelijk zonder winstoogmerk opgezet. Het geeft leerlingen een gevoel van onafhankelijkheid. Ze betalen immers voor hun eigen opleiding: zijzelf, hun werkgever of middels een beurs die zij mochten ontvangen.

De inspanning van deze groep mannen en vrouwen is met het diploma nu niet alleen voor henzelf beloond, ook voor het FHR-instituut en voor het netwerk van MsM-instituten over de gehele wereld. Bij een vergelijking van de resultaten van de verschillende MsM-instituten blijken die van Suriname tot het topsegment van een derde van het totale aantal deelnemers te behoren. Het wordt gewaardeerd als 'een groot potentieel van Suriname'. Een derde van de studenten heeft ook een bijzondere onderscheiding gekregen, zij slaagden 'with distinction'. Kortom: deze eerste MBA-lichting van het FHR-instituut is een succesverhaal. Waar Lim A Po een nadere betekenis aan geeft. Hij kijkt dan niet alleen naar de behaalde cijfers van de opleiding maar meer naar de aard van de inhoud ervan. Hier is een groep mensen die top managementvaardigheden hebben verworven, die zich een brede oriëntatie op het eigen land en op de regio en op de wereld hebben verworven en die zich een eigen en onderlinge discipline hebben eigen gemaakt. Men voelt zich niet alleen verantwoordelijk jegens het instituut dat hun de opleiding heeft gegeven, maar ook jegens elkaar. Populair wordt ook wel gesteld dat ze deel uitmaken van de MsM-familie, van personen die in feite over de hele wereld dezelfde taal spreken en zich verantwoordelijk weten voor hun eigen prestaties en inzet. De eerste groep werd op vrijdag 30 september 2005 afgeleverd, een tweede groep startte in 2004 en is nu halverwege de opleiding, terwijl een derde groep begin 2006 van start zal gaan.

Lim A Po is daarbij van mening dat als dit experiment, want zo geldt het nog op het moment, tot een reguliere activiteit wordt, met elk jaar 30 nieuwe MBA’ers, dat na vijf tot 10 jaar de gevolgen ervan voor de ontwikkeling van het land zichtbaar zullen worden. Er is een kader gecreëerd van mensen die inderdaad dezelfde taal spreken, de MBA-taal, en die zich aangesproken en beoordeeld weten naar de kwaliteit van hun eigen prestaties.

Voor deze beoordeling van de opleiding moet ook de andere tak, de MPA worden meegenomen, Management of Public Administration. Daarmee is nu een half jaar terug ook gestart op het FHR-instituut, waarbij de studenten overwegend afkomstig zijn van de overheid en waarbij de aandacht vooral gericht wordt op complexe ontwikkelingsprocessen die vanuit de overheid geleid worden.

Geïntegreerd

De MBA-trainingen vinden plaats onder auspiciën van het Surinaams bedrijfsleven: de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA) en de Kamer van Koophandel en Fabrieken (KKF). De belangstelling van het bedrijfsleven is daarbij veelzijdig, men draagt bij in de financiering van het eigen kader en men toont bijzondere aandacht voor de inhoud van de opleiding, terwijl men middels andere kanalen steeds meer met de neus gedrukt wordt op de ruimere vraagstelling namelijk hoe de strijd van de mondiale concurrentie zelf met succes te leveren. Men ervaart in het FHR-instituut dan ook een belangrijke bondgenoot. Niet van de ene op de andere dag maar als proces. Steeds meer personen, bedrijven en organisaties worden zich bewust van het nauwe verband tussen de eigen prestaties ten aanzien van de mondiale concurrentie, het zich daarbij staande weten te houden en zelfs daarbij te groeien, en de factor competentie van het eigen kader.

En niet meer van het ene bedrijf naast zovele andere bedrijven, maar als collectiviteit van het bedrijfsleven.

Een nationale ontwikkelingscultuur krijgt zo gestalte, vanuit het besef dat het succes van elk van de partners: bedrijven, overheidsinstituten en particuliere organisaties, afhankelijk is van een collectieve inspanning. Zoals de individuele studenten van de MBA opleiding het FHR-instituut ervaren als een 'support-structure' voor hun eigen succes, zo zien bedrijfsleven en overheid het netwerk van opleidingsinstituten waar het FHR-instituut deel van uitmaakt (met onder meer het MsM en het ISS, het Institute of Social Studies in Den Haag) als ondersteuning van hun collectieve inspanning om te komen tot een nationaal succes. Opmerkelijk is dat het hier niet om een herkenbaar in tijd gefaseerde ontwikkelingsproces gaat, maar een proces waarbij tegelijkertijd de kaderopleiding (MBA en MPA) gestalte krijgt, het bewustzijn groeit van de noodzaak daarvan en nationaal de resultaten te zien zijn van een meer bewust gekozen nationale ontwikkelingslijn. Wat dat betreft gaat de visie van het FHR-instituut dat kennis, vaardigheden en normen de sleutel vormen tot ontwikkeling werkelijk op.-.


(C) DWT 2005

 


mailto:info@fhrinstitute.org
© 2004 F.H.R. Lim A Po Institute for Social Studies